De elleboog

De elleboog bestaat uit 3 botdelen: de bovenarm, het kopje van het spaakbeen en de ellepijp. Het gewricht tussen de bovenarm en de ellepijp zorgt ervoor dat de elleboog kan buigen en strekken.  Het gewricht tussen de ellepijp en het spaakbeen zorgt ervoor dat de onderarm kan draaien. Door omliggende spieren, banden en pezen blijft de elleboog stabiel. Het bot wat het gewrichtsvlak vormt met de twee andere botdelen is bekleed met een laag kraakbeen. Om de elleboog ligt een gewrichtskapsel. Buiten dit kapsel heeft de elleboog nog een aantal banden voor de zijdelingse stabiliteit.

Problemen met de elleboog, vinden hun oorsprong binnen het gewricht, of  daarbuiten, bv in de spieren. De problemen kunnen voor iedereen anders zijn. Bijvoorbeeld: u heeft slotklachten omdat er losse stukjes kraakbeen in uw elleboog rondzweven, uw elleboog is ‘wiebelig’ (instabiel), dit is meestal na aan ongeval. U heeft pijn in uw elleboog omdat uw kraakbeen is beschadigd of er een gewrichtsontsteking is. Pijnklachten kunnen ook vanuit de spieren ontstaan. Naast de pijnklachten is de elleboog soms dik en u kunt niet meer alle bewegingen uitvoeren die u vroeger wel kon maken.

Problemen met de elleboog:

  1. Instabiliteit van de elleboog
  2. Gewrichtsslijtage van de elleboog
  3. Gewrichtsmuis / los fragment in de elleboog (slotklachten)
  4. Kraakbeenaandoening van de elleboog (OCD)
  5. Pees ontsteking (golfer's elleboog of tenniselleboog)
  6. Gewrichtsslijmvliesontsteking van de elleboog (synovitis)
  7. Stijve elleboog (contractuur)