Een breuk van de pols

Bij een polsbreuk is er een breuk van het spaakbeen, ellepijp of beide botten dichtbij het polsgewricht. Een polsbreuk is een van de meest voorkomende botbreuken. Soms betreft het alleen een scheurtje in het bot, maar vaak is er verplaatsing van de botstukken. Als vuistregel geldt dat hoe groter de verplaatsing en hoe uitgebreider de breuk, hoe groter de schade is. Behalve een letsel van het bot is er ook altijd letsel van de zogeheten weke delen, zoals pezen, spieren en eventueel vaten en zenuwen.

Bij een gebroken pols gaat het in driekwart van de gevallen om een breuk  van het spaakbeen en/of de ellepijp. Een breuk van het spaakbeen ontstaat als de pols achterover klapt. Dit type breuk komt het vaakste voor. Bij ouderen ligt de breuk meestal buiten het gewricht. Op jongere leeftijd is er een veel grotere kracht nodig om het spaakbeen te breken. Dit veroorzaakt dan uitgebreidere breuken, die vaak doorlopen tot ‘in het gewricht’. Als de pols voorover is geklapt, blijft de breuk meestal buiten het gewrichtsvlak.

Behandeling van een polsbreuk:

Indien er geen belangrijke verplaatsing van de botstukken is, dan wordt alleen een gipsspalk aangelegd. Indien de botstukken te veel verplaatst zijn, dan moet het bot worden “gezet” (teruggeplaatst). Dit gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving door in het gebied van de breuk verdovingsvloeistof te spuiten. Deze verdoving werkt ongeveer een uur. Na het zetten van het bot wordt een gipsspalk aangelegd en wordt een röntgenfoto gemaakt om te controleren of de juiste stand is bereikt. Als een juiste stand niet wordt bereikt kan soms een operatie nodig zijn. Het aantal weken gips is afhankelijk van het soort breuk en varieert van 3 tot 6 weken.  

Na de behandeling van een polsbreuk:

U gaat naar huis met een draagdoek (mitella), zodat de arm rust krijgt. Deze draagdoek kan 's nachts af. Om uw arm rust te geven, kunt u deze op een kussen leggen. Na uw operatie kunt u waarschijnlijk dezelfde dag naar huis (bij een ingewikkelde ingreep is dit meestal 1 dag later).  Afhankelijk van de operatie en persoonlijke omstandigheden, heeft u na de operatie nog enige tijd last van het operatiegebied. Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Mocht dit nodig zijn, dan is paracetamol (500 mg) vaak voldoende.De volgende dag moet u minder pijn hebben. Als de voorgeschreven pijnstilling niet voldoende is of als u na drie dagen nog steeds niet zonder kunt, wordt u verzocht contact op te nemen met uw dokter.

Het is niet zo dat de hand en vingers stijf worden als u deze tijdens de periode in gips niet beweegt. Bewegen is goed, maar het belangrijkste is dat u geen pijn heeft. Als het u geen pijn veroorzaakt mag u met de vingers en de hand doen wat het gips toelaat. Als u bemerkt dat de draagdoek niet meer nodig is en uw hand is niet dik meer, hoeft u deze niet meer te gebruiken. Dit is vaak al na 1 of 2 weken het geval. Het is goed de elleboog en de schouder voldoende in beweging te houden. Echter ook hierbij geldt: het mag u geen pijn veroorzaken.

Er bestaat een kans dat de botstukken na enkele dagen alsnog of opnieuw verplaatsen of dat bij de volgende poliklinische controle blijkt dat de breuk niet meer goed staat. In die gevallen moet de pols opnieuw ‘gezet’ worden of is een nieuwe operatie nodig. Verder is er kans op het ontstaan van een ‘posttraumatische dystrofie’. Dit is een ziektebeeld dat gepaard gaat met pijn, zwelling en verkleuring van de hand en vingers. Het is van belang dat een aangepaste behandeling snel wordt gestart als dit probleem lijkt te ontstaan. Dus: als u denkt dat het niet beter gaat maar juist slechter, neem dan contact op met uw dokter.

Adviezen voor thuis na de behandeling van een polsbreuk:

Als het gips verwijderd is, kunt u zelf oefenen met het bewegen van uw pols. Het is belangrijk dit dagelijks te oefenen. Pijn en zwelling van de pols zijn een teken dat u het rustiger aan moet doen. Zware belasting van de pols zoals tillen zult u de eerste paar weken nadat het gips is verwijderd moeten beperken. Uw fysiotherapeut kan u helpen om de omliggende spieren te versterken, bewegingsadvies en oefeningen te geven, zodat uw pols beter gaat functioneren.

U moet er rekening mee houden dat u zeker meer dan 6 weken nodig heeft, voordat u de pols weer redelijk goed kunt gebruiken. Volledig normaal en pijnvrij gebruik van de pols zal meestal pas na 3 maanden worden bereikt.

Het moment waarop u weer kunt werken hangt af van de grootte van de operatie en het soort werk dat u doet. Het kan over het algemeen geen kwaad om met deze aandoening aan het werk en in beweging te blijven. Bepaalde werkzaamheden kunnen echter moeilijk zijn zodat sommige mensen zich misschien kortdurend ziek melden. Het is over het algemeen gunstiger voor het herstel om naar het werk te blijven gaan en het werk tijdelijk aan te passen.