Gewrichtsslijtage van de enkel (artrose)

Een ander woord voor gewrichtsslijtage is artrose: overmatige slijtage van het kraakbeen. Het gladde oppervlak wordt dun, brokkelig en/of het kraakbeen verdwijnt helemaal. Het lichaam kan dit zelf niet meer repareren omdat kraakbeen geen bloedvaten heeft. Als gevolg van de arthrose verslechtert de kwaliteit van het kraakbeen en verdwijnt het soms helemaal, zodat het onderliggende bot geheel of gedeeltelijk bloot komt te liggen. Door slijtage van gewrichtkraakbeen en een vermindering van het (schokabsorberende) gewrichtssmeer kunnen botten over elkaar schuren bij het lopen of staan, wat veel pijn veroorzaakt. Iedereen boven de zestig jaar lijdt eigenlijk wel aan een bepaalde mate van artrose zonder dat daar een duidelijke oorzaak voor te vinden is.

Gewrichtsslijtage wordt gekenmerkt door pijn tijdens beweging van het aangedane gewricht, en door een stijf of stram gevoel. Het gewricht is vooral stijf na een tijdje niet bewegen (bijvoorbeeld na lang zitten of in de ochtend). De meest voorkomende klacht bij slijtage van de enkel is pijn (bij het starten van) beweging. Verder kunnen ernstig aangedane gewrichten een krakend gevoel geven en kan er een bewegingsbeperking ontstaan. Soms kan er vochtophoping optreden in het gewricht, als uiting van een ontstekingsreactie en wordt het gewricht ‘dik’. Deze klachten nemen meestal toe als de slijtage verergert. 

Oorzaken van gewrichtsslijtage:  

Artrose kan ontstaan na een andere aandoening, zoals een botbreuk (enkelbreuk) of instabiliteit van de enkelbanden na veelvuldig zwikken. Het kraakbeen kan rechtstreeks beschadigd raken, of bijvoorbeeld door een andere manier van bewegen extra snel beschadigd raken.
Een ontstekingsreactie van het gewricht kan het kraakbeen aantasten, bijvoorbeeld bij reuma. Ook hierdoor wordt de kraakbeenlaag dunner of verdwijnt in het geheel. Dit kan op iedere leeftijd voorkomen. Meestal worden beide enkels/voeten aangetast en de kans bestaat dat ook in andere gewrichten artrose ontstaat. De kraakbeenlaag van het gewricht slijt door onbekende oorzaak. Deze vorm van artrose komt het meest voor bij mensen van middelbare leeftijd of ouder.

Behandeling van gewrichtsslijtage enkel (artrose):

Helaas is artrose proces nog nauwelijks te genezen. De behandelingen die mogelijk zijn dragen bij aan het verlichten van pijn en het behouden van functie.

Niet-operatieve behandeling:

In eerste instantie zal er een ‘niet-operatieve’ behandeling worden gestart. Deze kan bestaan uit o.a. pijnstillers en ontstekingsremmers om de zwelling te verminderen, gewichtsbeperking om de belasting op de gewrichten te verminderen, fysiotherapie, eventueel een stok om makkelijker te kunnen lopen. Eveneens kunnen een of meerdere injecties in het enkelgewricht worden gegeven met een ontstekingsremmer of een synthetisch smeermiddel. In het uiterste geval kunnen op maat gemaakte schoenen de klachten doen verminderen.

Wanneer uw klachten als gevolg van de enkelartrose niet reageren op de genoemde behandelingen, zijn er operatieve mogelijkheden. Welke ingreep nodig is, hangt van een aantal factoren af: bijv. hoe ernstig het gewricht is aangedaan, de mate waarin u last heeft van de aandoening, de stand van de enkel/achtervoet en de kwaliteit van de aangrenzende gewrichten. Soms is meer dan één soort chirurgische ingreep wenselijk.

Kijkoperatie: het schoonmaken van het gewricht:

Bij milde tot matige gewrichtsslijtage van de enkel, kan ‘schoonmaken’ van de enkel met een kijkoperatie een gunstig effect hebben op met name de pijn. Het nadeel is dat de klachten (bijna) altijd op termijn terug komen, en dat duur en mate van klachtenvermindering niet goed voorspelbaar is.

Operatief vastzetten bovenste spronggewricht (enkelartrodese):

Als er sprake is van ernstige invaliderende slijtage van de enkel en veel pijn en bewegingsbeperking, dan is alleen ‘schoonmaken’ niet de uiteindelijke oplossing. Uw  orthopedisch chirurg kan dan het bovenste spronggewricht vastzetten, de zogenaamde enkelarthrodese operatie. Deze ingreep heft de functie van het bovenste spronggewricht op door de beschadigde gewrichtsvlakken te verwijderen en de botuiteinden aan elkaar vast te maken. Schroeven of soms een plaat of pen fixeren de botten in de juiste positie, totdat ze helemaal aan elkaar gegroeid zijn (dit duurt gemiddeld 9 tot 12 weken). Over het algemeen is deze ingreep zeer succesvol en zijn patiënten zeer tevreden over het resultaat. Hoewel het gewricht niet meer normaal te gebruiken is, vermindert de pijn geheel of tenminste aanzienlijk. Hierdoor neemt uw bewegingsvrijheid toe en ook het looppatroon wordt nauwelijks veranderd, soms zelfs verbeterd.  Het voordeel van een enkelartrodese (vastzetten) is dat voor de rest van het leven de pijn van de artrose is opgelost. Het nadeel natuurlijk dat de beweeglijkheid van het enkelgewricht nul is en er na tientallen jaren overbelasting, slijtage van de achtervoetsgewrichten kan optreden.


Kunstgewricht enkel (enkelprothese)

Of u in aanmerking komt voor het vastzetten voor het bovenste spronggewricht of voor een kunstenkel hangt o.a. af van uw leeftijd, aktiviteitsniveau, de stand van uw enkel en  oorzaak van de gewrichtsslijtage. Uw orthopedisch chirurg kiest natuurlijk de behandeling in overleg met u, nadat alle voors en tegens besproken zijn. Het voordeel van een kunstenkel  is dat beweeglijkheid van het enkelgewricht blijft bestaan, maar het nadeel dat dit een tijdelijke oplossing is omdat deze een beperkte levensduur kennen. In het algemeen zijn met een enkelartrodese meer sporten toegestaan dan met een kunstenkel. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat hoe jonger de patiënt is, en hoe hoger het aktiviteiten niveau, hoe eerder uw orthopedisch chirurg een enkelartrodese adviseert. De orthopedisch chirurgen werken met verschillende typen ’kunstenkels’.

Hoe lang de levensduur van een kunstenkel is, kan niemand precies aangeven. Dit is onder meer sterk afhankelijk van uw activiteiten: hoe actiever u bent, hoe korter het kunstgewricht meegaat. Zware lichamelijke inspanning en sporten kunnen de levensduur van de kunstenkel dus beperken. De levensduur van de kunstenkel wordt soms beperkt doordat een van de onderdelen van het kunstgewricht los gaat zitten. U moet daarom uw leven lang elk jaar of om de twee jaar op controle komen. De kunstenkel kan eventueel opnieuw worden vervangen. Dat vergt echter een grote operatie met meer risico’s. Veel orthopedisch chirurgen kiezen in zo’n geval voor het definitief vastzetten van de enkel (artrodese).