Kraakbeenletsel met botcyste (osteochondraal defect)

Als gevolg van een trauma kan een osteochondraal defect in het enkelgewricht ontstaan. Bijvoorbeeld bij een ernstige verzwikking van de enkel waarbij het sprongbeen hard tegen het scheenbeen botst. Als gevolg hiervan beschadigt het kraakbeen en het onderliggende bot van beide botten. Wanneer geen volledige genezing plaats vindt, kan in sommige gevallen na verloop van tijd een cyste (holte)in het bot onder het beschadigde kraakbeen ontstaan. De combinatie van het beschadigde kraakbeen en de daaronder gelegen holte wordt een osteochondraal defect of OD-haard genoemd. Deze afwijking kan klachten geven; klassiek is de diepe enkelpijn bij lopen en/of staan. Bij een lichamelijk onderzoek worden vaak geen afwijkingen gevonden en bij rontgenonderzoek is een osteochondraal defect vaak niet goed zichtbaar. Het aangewezen onderzoek voor de beoordeling van een osteochondraal defect is derhalve een CT- of MRI-scan van de enkel. 

Behandeling van een osteochondraal defect

Niet alle osteochondraal defecten moeten operatief worden behandeld. Een periode van relatieve rust kan de enkelklachten als gevolg van een osteochondraal defect doen verminderen. Indien dit onvoldoende verbetering geeft, is een enkel kijkoperatie te overwegen. Soms is het osteochondraal defect niet goed te bereiken via een kijkoperatie. In die gevallen zal het enkelgewricht geopend moeten worden via een operatiewond (arthrotomie).  

Kijkoperatie bij een osteochondraal defect

Via twee (soms drie) kleine steekgaatjes kunnen het kijkbuisje (arthroscoop) en andere instrumenten in het gewricht gebracht worden. Het aangedane kraakbeen wordt verwijderd en de holte (kyste) wordt schoon gemaakt. In de bodem van de holte worden met een scherp instrument diepe kanaaltjes gemaakt in het onderliggende bot om de doorbloeding te stimuleren. De holte vult zich na verloop van tijd met bot en wordt bedekt met een laag kraakbeen-littekenweefsel (fibreus kraakbeen). Soms is een ander type operatie mogelijk waarbij het kraakbeen behouden blijft en de holte daaronder wordt opgevuld met (eigen) donorbot.  

Na de kijkoperatie:

De enkel is vaak gezwollen na de operatie. De resultaten bij deze operatie zijn over het algemeen goed (85% van de patienten heeft op termijn een goed tot uitstekend resultaat).

Adviezen voor thuis na een kijkoperatie:

De enkel mag gedurende 6 weken niet worden belast. Dit is nodig om het nieuwe bot en litteken-weefsel te laten genezen. U heeft krukken nodig om onbelast te kunnen lopen. U kunt zelf oefenen met buigen, strekken en ronddraaien van de voet. Uiteraard nog steeds onbelast. Het is belangrijk dit dagelijks te oefenen. Pijn en zwelling van de enkel zijn een teken dat u het rustiger aan moet doen. Wanneer u zit, is het raadzaam de enkel omhoog te houden op een kruk/stoel. Droog houden van de wond bevordert een goede wondgenezing. Bij een warme, gezwollen enkel, kunt u gebruik maken van cold packs (verkrijgbaar bij de drogist). Als uw hele enkel dik wordt of pijn gaat doen of als u niet meer op uw enkel kunt steunen of koorts krijgt, adviseren wij u contact op te nemen met uw orthopedisch chirurg  Het moment waarop u weer kunt werken hangt af van de grootte van de operatie en het soort werk dat u doet.